U bent hier

Drie regeerakkoorden door de transversale bril van welzijn en zorg vergeleken

Binnen het Kenniscentrum WWZ staat ‘Inspiria’ voor de intersectorale reflectiegroep die enkele keren per jaar samenkomt om sectoroverstijgende  ontwikkelingen en tendensen te vatten, uit te wisselen en te hertalen in functie van mogelijke acties of speerpunten voor onze werking.

In deze denkoefening konden we niet voorbij gaan aan de nieuwe wind die sinds de verkiezingen van mei 2019 waait in het Brusselse en Vlaamse beleid. Welke richting de beleidsmakers de komende jaren willen aangaan, wordt duidelijk gemaakt met de beleidsverklaringen, bestuurs- en regeerakkoorden van respectievelijk de Brusselse regering, de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Vlaamse regering.

Zonder volledigheid te pretenderen – het gaat tenslotte om honderden pagina’s tekst – brengen we hieronder een korte presentatie over de beleidsverklaringen zoals gebracht op Inspiria van 4 december. We belichten daarbij enkele grote lijnen en speerpunten die naar voren komen na een lezing van deze teksten vanuit een transversale bril.  Met ‘transversale bril’ bedoelen we vanuit de thema’s die als gedeeld en gedragen uit voorgaande denkoefeningen van Inspiria en de Staten-Generaal van februari 2019 naar voren kwamen  en in grote mate hun echo vinden in de slotdocumenten van de Vlaamse Sociaalwerkconferentie. Ze werden geclusterd onder de noemers “Zorg in de samenleving”, “Technologie  en digitalisering”, “Duurzaamheid in ruimte en wonen” en “Vermarkting & hybridisering”.

Cluster 1: Zorg in de samenleving

De buurt is terug van nooit weggeweest. Zowel de  Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) als de Vlaamse regering stellen een buurtgerichte benadering en de vermaatschappelijking van de zorg voorop.  In Brussel en in Vlaanderen staat de hervorming van de eerstelijnszorg hoog op de agenda, met Brusano en BruZEL als Brusselse vehikels.

De toonzetting tussen Brussel en Vlaanderen verschilt.  Daar waar Brusselse overheden de leefbaarheid voor alle Brusselaars vooropstellen, is de toonzetting in Vlaanderen harder en zakelijker met termen als efficiëntie, ondernemerschap, outcome, persoonsvolgende financiering (PVF) en zorgtickets. De vraag zal natuurlijk zijn: in hoeverre zal het anders zijn in de uitvoering en operationalisering?

Wat de samenwerking tussen de verschillende overheden betreft wil de VGC duidelijk inzetten op de afstemming met de GGC (= coördinerende rol) en Vlaamse Gemeenschap (VG). De GGC wil komen tot een geïntegreerd buurthulp- en zorgmodel per wijk en een gezamenlijke programmering, maar is niet expliciet over de link met VG / VGC. Er is wel een heel duidelijk samenhang tussen de beleidsintenties van de Franstalige Gemeenschapscommissie (Cocof) en de GGC. Het Observatorium voor Welzijn en Gezondheid en Perspective.brussels worden aangestipt als de drijvers van deze programmatie en samenwerkingen. De Vlaamse overheid is kariger in zijn ambities tot samenwerking en heeft het vooral over de dialoog met de GGC over toepassing  van de VSB.

Wat het lokale (sociaal) beleid betreft  benadrukken de  GGC en VG beide de rol van de lokale besturen. Op heel wat domeinen krijgen Vlaamse gemeenten een regierol, onder meer in het lokaal sociaal beleid (LSB). De Vlaamse lokale besturen worden bovendien aangemoedigd om de onthaalfunctie van de CAW’s zelf in handen te nemen.  Over wat dit voor Brussel  betekent, spreekt de Vlaamse regering zich niet uit.

Nieuw in Brussel (GGC) zijn de wijkgerichte welzijns- en gezondheidscontracten, met een expliciete rol voor de OCMW in het kader van sociale coördinatie.  De wijk krijgt trouwens een prominente plaats doorheen het hele Brusselse akkoord. 

In de strijd tegen armoede en sociale ongelijkheid en toegang tot grondrechten komt bij beide overheden de automatische rechtentoekenning  naar voren.  Ook het housing-first principe vinden in beide akkoorden gehoor als strategie  voor de aanpak van dak- en thuisloosheid. De VGC en GGC hebben algemeen veel aandacht voor de kwetsbare groepen. De VGC kiest voor ‘outreach’, actief opsporen van kwetsbare mensen, empowerment, in de buurten duiken als strategie om kwetsbare mensen te bereiken en uit isolement/armoede te halen.

Samenleven en gelijke kansen: Vlaanderen kiest als insteek voor ‘Vlaamse identiteit’ en niet voor ‘diversiteit’. Sociale cohesie wordt gezien als het tegengaan van segregatie. In Brussel staan samenleven, participatie, verbondenheid en inclusieve sociale cohesie voorop.  De VGC geeft een  expliciete plaats aan burgerinitiatieven, naast het klassieke middenveld. Naast het omarmen van diversiteit valt bij de VGC op dat meertaligheid als hefboom wordt benoemd.

Cluster 2: Technologie en digitalisering

Zowel Brussel en Vlaanderen zetten digitalisering hoog op de agenda, met termen als ‘Smart-city’ (Brussel) en ‘Vlaanderen, proeftuin voor digitale innovatie’. 

Vlaanderen doet dit vooral vanuit het perspectief jobcreatie, efficiëntie, versterken van de economie, bv. het versterken van de digitale competenties bij ondernemers en werknemers; digitale geletterdheid als onderdeel van basiseducatie; e-learning  in inburgering;  Voor de implicaties van digitale ontwikkelingen voor de gebruiker en de risico’s op/of het dichten van de digitale kloof is nauwelijks sprake.

M.b.t. de toepassing in Welzijn en Gezondheid wordt “digitalisering” één van de 5 prioriteiten in de beleidsnota van Beke. Er wordt vooral gekeken naar verschillende vormen van online hulpverlening (zelfmoordpreventie, geestelijke gezondheid, jongeren) maar er is niet echt sprake van andere toepassingen in functie van meer welzijn & welbevinden bv. gebruik van apps ...

Brussel en Vlaanderen leggen ook allebei het voorstel op tafel voor een digitale sociale kaart en de automatische rechtentoekenning.

De drie overheden willen verdere stappen zetten in betere toegang van hun eigen dienstverlening via digitale loketten en ICT.

Cluster 3: Duurzaam wonen, ecologie en stadsontwikkeling

Duurzaamheid in wonen en stadsontwikkeling raakt hoofdzakelijk aan gewestbevoegdheden zoals, huisvesting, energie, ruimtelijke ordening … . Vlaanderen is wat dat betreft niet bevoegd in Brussel, maar het is toch interessant om enkele van hun beleidsintenties in het vizier te brengen.

 

Ecologie en leefbaarheid:

De Brusselse regeerakkoorden benadrukken de leefbaarheid in verschillende dimensies; men wil gaan voor stadsontwikkelingen die iedereen ten goede komen. Bovendien liggen klimaatdoelstellingen en ambities op vlak van ecologie duidelijk hoger bij het Brussels gewest.

Betaalbaar wonen en sociale huisvesting staat in de twee gewesten hoog op de agenda.

  • In Vlaanderen worden lokale besturen via een ‘bindend sociaal objectief’ aangemoedigd om tot 15% sociale woningen te voorzien. Dat is geen harde verplichting en er is ook geen stimulans om daar boven te gaan. Kenmerkend voor Vlaanderen is zeker ook de verstrenging van de toewijzingsvoorwaarden: kandidaten moeten 5 jaar onafgebroken in gemeente wonen, werkzoekenden moeten zich verplicht inschrijven bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB), Nederlands leren …. Interessant is het streven naar een bredere sociale mix. In overleg met welzijnsactoren kunnen woningen worden toegewezen aan specifieke doelgroepen en er is ruimte voor ondersteunende functies i.f.v. leefbaarheid en sociale cohesie.

  • NOOT: algemeen valt het op dat Vlaanderen voor nieuwkomers toegang tot diensten en rechten verstrengt, vb. ook tot de Vlaamse sociale bescherming, inburgeringscursus etc.

  • In Brussel is er ook sprake van een streefcijfer, nl. 15% sociaal woonbestand. Er is geen verstrenging van de toewijzingsvoorwaarden. Brussel heeft duidelijkere warmere intenties, daar waar in Vlaanderen een koelere rationalisatie-logica heerst, MAAR anderzijds blijven ook in de Brusselse akkoorden veel zaken erg vaag en het is nog wel de vraag wat gerealiseerd zal worden.
  • Opvallend: zowel bij VGC als GGC is er veel animo om met ‘tijdelijke invullingen’ van leegstaande ruimtes te werken.

Cluster 4: Nieuwe spelers op de markt

Marktdenken in de zorg:

  • In Vlaanderen wordt welzijn en welbevinden sterk in economische termen beschreven. Men bouwt verder op de persoonsvolgende financiering als hefboom voor eigen regie en benoemt herhaaldelijk het (sociale) ondernemerschap. Overheidsregulering komt veel minder aan bod.
  • Vlaanderen zet de markt van de zorg open. Iedereen – ook commerciële spelers -moet kunnen intekenen; mits het respecteren van dezelfde kwaliteitsnormen. Zo worden ook commercieel uitgebate lokale dienstencentra mogelijk.
  • We willen ook vermelden dat in Brussel de welzijnsmarkt de facto al vrij gecommercialiseerd is. Bijvoorbeeld 70% van de woonzorgvoorzieningen zijn commercieel, dat is hoger dan in de andere gewesten. De Brusselse regering spreekt op dat vlak van een herstellen van het evenwicht. Ook kennen we in Brussel een aantal niet-erkende residentiële opvanghuizen ( cfr SHNA / NEOS ), meestal zijn dit privé-initiatieven die mensen opvangen die nergens terecht kunnen. Ze variëren enorm in kwaliteit. Over hoe omgaan met deze structuren wordt in het regeerakkoord geen uitspraken gedaan.
  • Bij de GGC is er daarentegen geen sprake van systemen zoals persoonsvolgende financiering of autonomieverzekering ...

Hybridisering: burgerinitiatieven

Burgerinitiatieven worden vooral door de VGC als mede-actor benoemd. Vlaanderen wil een aanspreekpunt voor burgerinitiatieven uitbouwen.

Contact 

Olivia Vanmechelen

olivia.vanmechelen@kenniscentrumwwz.be
+32 (0)2 211 02 40

Els Nolf

els.nolf@kenniscentrumwwz.be
+32 (0)2 413 01 54

Sjoert Holtackers

sjoert.holtackers@kenniscentrumwwz.be
+32 (0)2 413 01 46
Lees ook 

Reflectie rond de beleidsevoluties en de tendensen.

Welzijn
voeten

Doe mee op 15 februari 2019 in Odisee, Campus Schaarbeek, Huart Hamoirlaan 136, 1030 Brussel.

Welzijn
Zorg