U bent hier

Burgerinitiatieven van mensen met een migratie-achtergrond als essentiële schakel in het Brusselse welzijnslandschap

Organisaties opgericht door mensen met een migratie-achtergrond als een belangrijke schakel in het Brusselse grootstedelijk welzijnslandschap

De Vlaamse regering wilde deze week in allerijl een decreetwijziging laten goedkeuren die het haar mogelijk maakt om organisaties die volgens haar ‘segregerend’ werken niet langer te ondersteunen. ‘De band met het thuisland blijft te sterk aanwezig om aan goede gemeenschapsvorming te doen’, aldus hoofdindiener en Vlaams parlementslid voor de N-VA Marius Meremans. Organisaties zoals de Federatie van Mondiale Democratische Organisaties (FMDO) worden genoemd.

De stemming gaat deze week niet door, maar dat neemt niet weg dat we als Kenniscentrum Welzijn, Wonen, Zorg ongerust zijn. Deze nakende beslissing van de Vlaamse regering staat in schril contrast met de ervaringen van de verschillende medewerkers van het Kenniscentrum Welzijn, Wonen, Zorg in het Brusselse werkveld en de expertise die ze over de jaren heen opbouwden. Het Kenniscentrum Welzijn, Wonen, Zorg ziet organisaties opgericht door mensen met een migratie-achtergrond als een belangrijke schakel in het Brusselse grootstedelijk welzijnslandschap en dit om minstens vier redenen.

Integratieproces van nieuwkomers

Ten eerste spelen ze een belangrijke rol in het integratieproces van nieuwkomers. Migrantenorganisaties overal ter wereld en dus ook in Vlaanderen en Brussel zijn veilige plekken van waaruit nieuwkomers zich oriënteren en bruggen slaan met de rest van de samenleving. Na de eerste migratiegolf naar België ontstonden er in Brussel tal van organisaties opgericht door migranten. Deze organisaties waren en zijn een plaats voor ontmoeting, om feest te vieren, om nieuwkomers te ondersteunen wanneer ze een woning zoeken, een school voor de kinderen, toegang tot de sociale zekerheid, enzovoort. Vertrekkend vanuit het vertrouwen en de grote kennis van de leefwereld van deze mensen en groepen, kunnen zij heel adequaat een brug slaan naar voorzieningen in de ingewikkelde wereld van gezondheids- en welzijnszorg.

Vertrekkend vanuit het vertrouwen en de grote kennis van de leefwereld van deze mensen en groepen, kunnen zij heel adequaat een brug slaan naar voorzieningen in de ingewikkelde wereld van gezondheids- en welzijnszorg

De voortrekkers in deze zelforganisaties kunnen doeltreffend verwijzen, gidsen en aanbevelen. Ze verklaren bepaalde systemen, waarschuwen voor valstrikken en wijzen op (vaak onvermoede) kansen. Kortom, deze organisaties maken steeds vaker deel uit van een belangrijke aankomstinfrastructuur voor nieuwkomers daar waar de overheid tekort schiet.

Schoolvoorbeelden van een vermaatschappelijking van de zorg

Ten tweede zijn het schoolvoorbeelden van een vermaatschappelijking van de zorg. Het zijn niet alleen plekken waar mensen elkaar ontmoeten, maar ook plekken waar er voor elkaar wordt gezorgd en waar er praktijken van onderlinge solidariteit ontstaan. Niet elke Brusselaar heeft zomaar een sociaal netwerk van familie, vrienden en buren om op terug te vallen. Zeker nieuwkomers maar ook mensen in armoede ontberen vaak zo’n netwerk en zij kunnen dat ook niet zomaar op eigen kracht uitbouwen. Bovendien kennen veel Brusselaars weinig buren, maar geven ze wel aan dat ze graag meer contacten en vrienden in de buurt zouden hebben. In Brussel vervullen veel burgerinitiatieven van etnisch-culturele minderheden de rol van informeel zorgnetwerk. Ze vormen een uitstekende voedingsbodem voor de vermaatschappelijking van de zorg. Deze burgerinitiatieven zijn immers gebaseerd op vrijwilligheid, spelen kort op de bal van de veranderende noden van maatschappelijk kwetsbare doelgroepen, staan open voor iedereen en werken als vanzelfsprekend met een superdivers publiek. Het proces van vermaatschappelijking van de zorg zou hand in hand moeten gaan met het valoriseren en financieren van deze waardevolle praktijken die zich van onderuit ontwikkelen door en voor burgers in maatschappelijk kwetsbare posities.

Sociale cohesie

Ten derde zijn burgerinitiatieven van mensen met een migratie-achtergrond belangrijke actoren in de sociale cohesie van een buurt, een stad en een samenleving. Deze organisaties creëren helemaal geen parallelle samenlevingen en werken niet segregerend. Naast het verbinden van mensen die elkaar op basis van etnisch-culturele gelijkenissen vinden, bouwen ze bruggen overheen gemeenschappen. Het kwantitatief onderzoek op basis van een representatieve steekproef van zelforganisaties in Brussel van collega Rebecca Thys toont dit onmiskenbaar aan. De overgrote meerderheid van de Brusselse zelforganisaties bereikt een (super)divers ledenbestand van zowel autochtone Belgen als mensen met 'andere' etnisch-culturele achtergronden.

De overgrote meerderheid van de Brusselse zelforganisaties bereikt een (super)divers ledenbestand van zowel autochtone Belgen als mensen met 'andere' etnisch-culturele achtergronden

Hoe belangrijk die informele netwerken zijn, valt moeilijk te overschatten. Dat gaat veel verder dan hulp of zorg geven en krijgen. Zo’n informeel netwerk kan mensen sterker maken en een belangrijke rol spelen in processen van opwaartse sociale mobiliteit en integratie. De literatuur maakt een onderscheid tussen ‘bonding’ en ‘bridging’. ‘Bonding’ gaat over contacten in het eigen milieu met gelijkgestemden, lotgenoten, mensen met een gelijkaardig socio-economisch profiel. Er is vertrouwen, wederkerigheid, onderlinge steun, men voelt zich veilig en ‘onder ons’. Maar ook ‘bridging’ is belangrijk. ‘Bridging’ gaat over contacten met mensen buiten het eigen milieu, mensen met wie je een zwakkere band hebt. Maar ‘bonding’ werkt dus niet segregerend, het is als het ware een springplank naar ‘bridging’: je kan maar de stap naar de andere groepen zetten als jezelf een eigen plek hebt verworven in een groep.

Actief burgerschap

Ten vierde getuigen ze van een actief burgerschap dat we essentieel vinden voor een gezonde democratie. Burgerinitiatieven van mensen met een migratie-achtergrond voeren samen een dagelijkse strijd voor betere leefomstandigheden in de Belgische samenleving, bijvoorbeeld door de jongeren te ondersteunen, vrouwen te emanciperen, de communicatie in gezinnen te verbeteren, de stress van het migrantenbestaan te verzachten, de toegang tot sociale grondrechten te verbeteren enzovoort. Ze geven een stem aan de noden en belangen van een deel van de Belgische bevolking dat niet alleen sterk ondervertegenwoordigd is in het publieke debat maar ook in de uiteenlopende wetgevende en uitvoerende organen in België. Deze stem is des te belangrijker gezien de hardnekkige sociale achterstelling van mensen met een migratie-achtergrond in de Belgische samenleving.

In Cahier 111 over “Diversiteit in de Brusselse zorg- en welzijnssector” formuleren we onze toekomstvisie op de rol van organisaties opgericht door mensen met een migratieachtergrond in welzijn en zorg. “Het Kenniscentrum WWZ wil dat burgerinitiatieven van mensen met een migratie-achtergrond gevaloriseerd worden in hun basisfunctie als verlener van zorg en ondersteuning, het wil etnisch-culturele minderheden ondersteunen om de drempel tot passende zorg en ondersteuning te verlagen voor de meest kwetsbare groepen en wil mee bruggen bouwen tussen zelforganisaties en zorg- en welzijnsactoren”. We laten in Cahier 11 verschillende burgerinitiatieven van mensen met een migratie-achtergrond zelf aan het woord. Naar aanleiding van de actuele ontwikkelingen en een toenemend politiek en maatschappelijk wantrouwen ten aanzien van deze initiatieven, delen we graag met jullie in voorpublicatie het verhaal van Mina Bouhajra coördinator het burgerinitiatief ADIB en medewerkster van het Kenniscentrum Welzijn, Wonen, Zorg.

Waarom ik de organisatie ADIB oprichtte

Een groep vrijwilligers met migratieachtergrond startte in 2015 de organisatie Action et Dialogue Bruxelles (ADIB). Ze richten zich tot kwetsbare mensen in Sint-Jans-Molenbeek. Ze luisteren naar de noden, verzuchtingen en ideeën die mensen zelf aandragen, en helpen hen die te realiseren. “Met ADIB organiseren we cursussen alfabetisering, gesprekstafels om Frans of Nederlands te oefenen, workshops voor ouders over de opvoeding van hun kinderen, culturele en sportieve activiteiten, enzovoort. Het zijn altijd de buurtbewoners zelf die de thema’s kiezen en wij helpen hen om activiteiten op te zetten die ze zelf in handen kunnen nemen. Wij brengen mensen samen met verschillende achtergronden, culturen en generaties, bevorderen de onderlinge dialoog en geven hen duwtjes in de rug om zelf initiatief te nemen.

Een moeilijke start

“Ik werk al 13 jaar in de sociale sector en wilde altijd al iets doen in mijn wijk. Ik ben erg gevoelig voor wat er leeft in onze buurt, de sociale cohesie, de netheid. Als beginnend burgerinitiatief was het moeilijk om van start te gaan. Wij hadden geen middelen, niemand die ons financierde, en hadden geen lokaal. We deden onze activiteiten her en der, maar daar ging veel energie aan verloren. Je moet minstens een jaar rekenen om voldoende vertrouwen op te bouwen bij je doelgroep, dat vraagt tijd. Gelukkig was de motivatie en de wil van onze leden heel sterk. We hebben een hechte groep met allemaal mensen die de dingen positief bekijken en zo is het ons gelukt. Dankzij onze contacten met La Fédération des Associations Marocain konden we gratis gebruik maken van een lokaal om samen te komen, te vergaderen en activiteiten te doen. Dat verhoogde onze geloofwaardigheid en zo wisten de mensen waar ze ons konden vinden. Dat dat lokaal gratis was, was een grote steun. We zijn toen begonnen met een wekelijkse sociale permanentie in de Hoveniersstraat in Koekelberg, maar door een gebrek aan middelen is dat gestopt. Wanneer mensen ons individueel aanspreken om iets te vragen of te vertellen, helpen we hen nog altijd waar kan, verwijzen door, of zoeken samen naar een oplossing.”

Ondersteuning van initiatieven in de buurt

Al onze activiteiten vertrekken van wat er leeft in de wijk. In het begin dragen wij de verantwoordelijkheid, maar zodra iemand dat zelf kan, laten wij los. De cursus alfabetisering bijvoorbeeld is nu in handen van een vrouw die dat op eigen kracht trekt. Wij hebben dat zaadje geplant en water gegeven en dat is uitgegroeid tot een mooie plant. We zien trouwens dat die vrouw daar zelf in groeit, zij doet dat graag en haalt daar voldoening uit. We blijven contact houden en moedigen haar aan, zodat dat project verder blijft groeien.”

Radicalisering bij jongeren

“Wij vertrekken altijd van de realiteit zoals ze is op het terrein. Zo vertellen veel ouders ons over problemen en een gebrek aan communicatie in gezinnen. Jongeren volgen hun ouders niet altijd, ook al krijgen ze een degelijke opvoeding. We werken inmiddels al enkele jaren samen met S.A.V.E. Belgium (Society Against Violent Extremism Belgium), een internationale organisatie die zich toelegt op de detectie van radicalisering bij jongeren. Wij kregen van hen een opleiding om daar mee om te gaan. Enkele jaren geleden was dat voor veel ouders nog onbespreekbaar, maar inmiddels is er een vertrouwensband gegroeid en spreken ze ons aan. De eersten die het probleem van radicalisering kunnen detecteren, zijn de moeders. Wij tonen hen waar ze moeten op letten en dat ze dat niet ongemoeid mogen laten. Die workshops zijn erg belangrijk.”

De eersten die het probleem van radicalisering kunnen detecteren, zijn de moeders. Wij tonen hen waar ze moeten op letten en dat ze dat niet ongemoeid mogen laten. Die workshops zijn erg belangrijk

Ambities voor de toekomst

“Mijn droom is dat ADIB een model wordt voor andere organisaties die burgerinitiatieven met vrijwilligers ondersteunen. Ik wil die mensen begeleiden, adviseren en raad geven. Als je met iets nieuw start, heb je ondersteuning nodig. Als je teveel tegenslagen hebt, is het moeilijk om vol te houden. Ik zou graag hebben dat ADIB uitgroeit tot een professionele structuur waar mensen altijd terecht kunnen voor informatie, wederzijdse hulp, ondersteuning, solidariteit en expertise. ADIB bestaat nu 5 jaar. We hebben nog altijd geen vast lokaal met kantoor, vergader- en ontmoetingsruimte. We zouden ook graag een subsidie hebben om iemand aan te werven en zo verder te groeien. Ik besef dat er weinig subsidies bestaan voor dergelijke initiatieven, en dat veel van die middelen al verdeeld zijn. Een andere piste is dat we ons inwerken in een bestaande organisatie die ons wil adopteren, en dat we van daaruit die rol kunnen opnemen. Dat zou een erkenning zijn van het werk dat onze leden vandaag al verrichten. Alles wat wij doen, gebeurt immers grotendeels zonder subsidies, wat niet altijd evident is. Wij verrichten professioneel werk op langere termijn. Louter met vrijwilligers is dat werk niet vol te houden.”

Van “Bonding” naar “Bridging”

“Op dit ogenblik werk ik als procesbegeleider bij het BuurtPensioen. Dat is een netwerk van buren die elkaar helpen in het dagelijks leven. De deelnemers aan dit netwerk engageren zich om elkaar te steunen. Het ene moment biedt persoon A hulp aan persoon B, het andere moment kan hij iets vragen, aan persoon C. Het BuurtPensioen werd ontwikkeld binnen de structuur van het Kenniscentrum Welzijn, Wonen, Zorg. In totaal zijn er 10 netwerken of lokale antennes verspreid over het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Elke lokale antenne wordt altijd gemodereerd door een lokale partner, zoals een lokaal dienstencentrum, een buurthuis of een voorziening zoals bijvoorbeeld een woonzorgcentrum. Ikzelf ben procesbegeleider in de antenne Molenbeek. De expertise die ik opbouwde binnen het burgerinitiatief ADIB in het werken met een superdivers publiek is uitermate belangrijk om van de antenne in Molenbeek een succes te maken. Ik slaag erin van de antenne een veilige plek te maken waar Brusselaars met uiteenlopende achtergronden zich thuis voelen en onderlinge steun ervaren”.

Nood aan overleg

Zoals het verhaal van Mina Bouhajra zijn er vele andere verhalen die illustreren dat een wantrouwen in het etnisch-cultureel middenveld ongegrond is. We dringen met het Kenniscentrum Welzijn, Wonen, Zorg dan ook aan op overleg voorafgaand aan een wijziging in het decreet en moedigen zowel de meerderheid als de oppositie aan om experten ter zake uit te nodigen. Het Kenniscentrum Welzijn, Wonen, Zorg heeft jarenlange terreinkennis en veel ervaring in het samenwerken met organisaties opgericht door mensen met een migratie-achtergrond, maar de vraag naar het al dan niet segregerende karakter van etnisch-culturele organisaties werd zowel in Vlaamse, Brusselse als internationale academische kringen ook uitgebreid onderzocht. De wetenschappelijke evidentie in verband met de brugfunctie van etnisch-culturele organisaties is groot. Bovendien toont internationaal vergelijkend onderzoek een mechanisme van een “reactive identity” aan: hoe meer een politieke context het belang van assimilationisme benadrukt, hoe restrictiever het omgaat met culturele rechten, hoe meer etnisch-culturele organisaties en etnisch-culturele minderheden zich vastklampen aan hun eigen etnische identiteit. Het omgekeerde gaat eveneens op.

1 Ook enkele andere van deze verhalen uit het etnisch cultureel middenveld komen aan bod in Cahier 11. Daarnaast laten we de lezer in dit Cahier ook kennismaken met uiteenlopende projecten, organisaties, en praktijken die tegemoetkomen aan de behoeften, kwetsbaarheden en mogelijkheden van minderheden en die de drempels en uitsluitingsmechanismen in zorg en welzijn tegengaan. Dit Cahier kan je bestellen via de website van het Kenniscentrum Welzijn, Wonen, Zorg
Lees ook 

Onze reeks cahiers maakt de vernieuwing-op-het-terrein mee zichtbaar.

Welzijn
Wonen
Zorg
cover cahier

Iemand zal pas hulp en ondersteuning vragen, indien hij of zij die eerst heeft kunnen bieden.

Welzijn
Zorg