U bent hier

Mensen die hun land moeten verlaten, zijn ontworteld

Espérance Nyirantereye werkt als intercultureel bemiddelaar: 'Je echte diploma zit in je hoofd'

Espérance Nyirantereye (54 jaar) is in Rwanda geboren en getogen. Twintig jaar geleden vluchtte ze er voor de oorlog. Sinds meer dan 15 jaar werkt ze als intercultureel bemiddelaar bij het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) in Brussel. Waar culturen elkaar ontmoeten, ontstaan soms misverstanden. Haar taak is om daarbij te bemiddelen.

“In april 1997 kwam ik naar België. Als je uit Afrika komt, is het niet gemakkelijk om in een vreemd land te belanden met een andere cultuur en een andere manier van leven. Na mijn asielaanvraag moest ik naar een asielcentrum in Yvoir in de regio Dinant.

In september 1997 heb ik een knieoperatie gehad, maar die is mislukt. In maart had ik een tweede operatie en in april 1999 een derde. Voor elke operatie moest ik een maand in het ziekenhuis blijven, daarna ging ik telkens naar een revalidatiecentrum. Eigenlijk was dat een rusthuis, want mijn kamergenoot was 94 jaar oud, terwijl ik nog maar 34 was. Ik kreeg een goede verzorging in dat rusthuis, maar toch heb ik er geen goede herinneringen aan. De eenzaamheid daar is enorm. Door mijn knie zat ik in een rolstoel, maar ik kon me wel overal vlot verplaatsen. De meeste ouderen konden dat niet. Ik had ook genoeg bezoek, maar de anderen heel weinig of zelfs geen. Als ik oud word, wil ik het liefst van al terug naar Rwanda gaan. Ik heb daar nog veel familie. Wij waren met tien broers en zussen en negen daarvan leven nog. Dat zijn geen rijke mensen, hun rijkdom ligt in hun hart. Ze hebben kleine stukjes land om voor zichzelf te bewerken, dat is alles. Ik ga er soms op bezoek, maar dan moet ik altijd goed sparen om de familie ter plaatse zo veel mogelijk te kunnen helpen. Ik blijf er niet langer dan vier weken. Maar later zou ik toch liever terug naar Rwanda gaan, dan hier in een woonzorgcentrum te belanden.

Ik moest vechten om te integreren

Toen ik naar België kwam, moest ik alles van nul opbouwen. Ik moest echt vechten om te integreren, om als mens te blijven bestaan, om te tonen dat ik iets kan. Want de meeste mensen denken dat je niks weet of kan, omdat je een vreemdeling bent. Als je werk zoekt, moet je echt geluk hebben dat een werkgever naar je competenties kijkt en niet louter naar je naam of huidskleur. Dat is echt een zoektocht naar de opbouw van een ander leven.

In Rwanda had ik 11 jaar als sociaal assistente gewerkt bij de gemeente. Ik was er coördinator van het opleidingscentrum en verantwoordelijk voor alles wat met vorming te maken heeft – alfabetisering, onderwijs, gezondheidszorg, zwangerschap, enzovoort. Ik nodigde sprekers en lesgevers uit, ging bij mensen op huisbezoek, organiseerde opleidingen … ik had een verantwoordelijke baan. Toen ik tijdens de oorlog moest vluchten, heb ik in Congo nog twee jaar in een vluchtelingenkamp gewerkt. Ik had dus veel beroepservaring. Maar in België wordt mijn diploma niet erkend. Hier telt enkel mijn humaniora-diploma. Ook mijn ervaring en mijn anciënniteit worden niet erkend. Om mijn beroep te kunnen uitoefenen, moest ik terug naar school gaan. Dat heeft mij altijd heel erg gefrustreerd. In Afrika is een diploma de toekomst en als je van een arme familie komt zoals ik, is je diploma alles. Ik weet dat ik niet de enige ben, maar toch blijf ik dat moeilijk vinden. Want mijn ouders hebben veel opgeofferd om mijn studies te betalen. In Frankrijk is dat beter geregeld. Daar moet je één jaar stage volgen
om meer te leren over de wetgeving en de context waarin je moet werken, en om de taal goed onder de knie te krijgen. Maar daarna telt gewoon je diploma. In België niet.

 

De eerste taak van een intercultureel bemiddelaar is tolken. Zo maak je communicatie mogelijk tijdens de hulpverlening. Door te vertalen wordt het gesprek ook vertraagd, wat niet altijd slecht is. Zo heeft de therapeut meer tijd om naar de non-verbale taal van de patiënt te kijken. Ik spreek Frans, Nederlands, Kinyarwanda - de landstaal van Rwanda - en ook een beetje Engels en Swahili. Ik bemiddel voor alle zwart-Afrikaanse gemeenschappen in Brussel en meestal spreken we Frans. Maar even belangrijk als het tolken, is de culturele duiding. Ik moet vaak de context achter het verhaal van een patiënt uitleggen, waardoor veel misverstanden vermeden worden. Zo vertelde bijvoorbeeld een zwart-Afrikaanse moeder over het gedrag van haar zoon – die had problemen op school. De therapeut zei meelevend: ‘U lijdt dus erg onder de situatie, mevrouw.’ Waarop de moeder antwoordde: ‘Neen, ik kan niet zeggen dat ik lijd, want ik heb hier genoeg om te eten en om me te kleden. Ik lijd dus niet.’ Ik kwam tussenbeide en legde aan de vrouw uit dat de therapeut psychisch lijden bedoelde – dat was voor haar niet duidelijk. Aan de therapeut legde ik uit dat voor mevrouw lijden betekent dat ze niet genoeg heeft om te overleven of dat ze fysiek heel erg lijdt. Door mijn tussenkomst werd een misverstand vermeden over wat lijden voor iemand betekent.

Door te vertalen wordt het gesprek ook vertraagd, wat niet altijd slecht is. Zo heeft de therapeut meer tijd om naar de non-verbale taal van de patiënt te kijken

Een ander voorbeeld waren kinderen, die omwille van hun gedrag door het CLB werden doorverwezen naar onze kinderpsycholoog. Wanneer de juf die kinderen aansprak, keken ze altijd weg! Ze maakte zich zorgen dat ze zo in zichzelf gekeerd waren. Ik heb toen uitgelegd dat kinderen in Rwanda leren dat ze niet in de ogen van volwassenen mogen kijken, als uiting van respect. Die kinderen moesten op school dus iets doen waarvan ze in hun opvoeding geleerd hebben dat het niet mag. Die kinderen wilden gewoon beleefd zijn! Of die keer dat een Afrikaanse mama op therapie kwam, met haar baby in een draagdoek. Toen de baby honger kreeg, begon de mama spontaan borstvoeding te geven. Voor de therapeut bleek dat erg storend te zijn, terwijl dat voor die mama volkomen normaal was. We hebben toen afgesproken om in zo’n geval een korte pauze te nemen. Dat lijkt misschien een detail, maar daardoor voelde die cliënt zich beter erkend en begrepen.

Mijn taak als intercultureel bemiddelaar is de communicatie te bevorderen tussen de hulpvrager en de hulpverlener. Dat komt altijd de hulpverlening ten goede. Aan therapeuten die daar nog aan twijfelen zou ik zeggen: probeer het gewoon. Aan beleidsmakers die over de honorering van buitenlandse diploma’s beslissen, wil ik vragen: zoek een manier om die toch te erkennen. Want een ander onderwijssysteem betekent niet dat het een slecht systeem is. Wat het rusthuis betreft: zorg dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Investeer in thuiszorg. En zorg dat er genoeg activiteiten zijn voor hen om de eenzaamheid te vermijden – met dank aan vzw De Mangoboom in Bloei voor hun activiteiten voor Sub-Saharaanse ouderen. Tegen oorlogsvoerders wil ik zeggen: stop met de oorlog in de hele wereld. Mensen die door de oorlog hun land verlaten, zijn ontworteld.”

Lees ook 
Intercultureel bemiddelaar Espérance Nyirantereye

Interculturele bemiddeling helpt de communicatie verbeteren tussen hulpverleners en patiënten uit etnisch-culturele minderheden en hun familie.

Welzijn

Angélique Mayele-Wamituma nodigt iedereen uit om elkaar en elkaars cultuur te leren kennen.

Lees meer
verhaal

Hélène Mavar doctoreerde op een onderzoek naar medicinale planten.

Lees meer
verhaal

Edwige Abena uit Kameroen kwam als 20-jarige naar België met een beurs voor geneeskunde.

Lees meer
verhaal

Hoe kunnen we verschillen koesteren, discriminatie tegengaan en leren omgaan met diversiteit?

Welzijn
Cover cahier

Wat betekent het om zorg te krijgen in een totaal andere context dan waar je ooit geboren en getogen bent?

Welzijn
stapel cahiers

Onze reeks cahiers maakt de vernieuwing-op-het-terrein mee zichtbaar.

Welzijn
Wonen
Zorg